Fabrikanten

 
 
 
 
 

Recensies

 
 
 
 
 
Geen reviews

Gastenboek

 
 
 
 
 
Geen reactie's geplaatst
Lees alle berichten
Plaats een bericht
 
De kleurtemperatuur van een lichtbron voor wit licht is gedefinieerd als de temperatuur van een zwart lichaam
waarvan het uitgestraalde licht dezelfde kleurindruk geeft als de werkelijke lichtbron. De kleurtemperatuur
wordt meestal uitgedrukt in Kelvin (K). Volgens de wet van Wien neemt de golflengte van het uitgestraalde licht af
met toenemende temperatuur en heeft blauwig licht (korte golflengte) een hogere kleurtemperatuur dan roodachtig
licht. Vreemd genoeg wordt licht met een lage kleurtemperatuur als "warmer" ervaren dan licht met een hoge
kleurtemperatuur. 


 


Temperatuur (K) omschrijving.
 
1200K kaarslicht
2000K zonsopkomst en zonsondergang
2800K wolfraam-gloeilamp (gewone lamp), zonsopkomst en zonsondergang
3000K studiolamp, 3000-kleur TL lamp ("/830" is kleurweergave 80 en kleurtemperatuur 3000 K)
3200K halogeenlamp
3400K filmzon
3500K een uur na zonsopkomst
4000K 4000-kleur TL lamp ("/840" is kleurweergave 80 en kleurtemperatuur 4000 K)
4200 – 4700K - 213 mengsel van kunst- en daglicht
5000K fototoestel-flitser, daglicht ("D50" is "Daglicht 5000")
5600K standaard daglicht
6000K middagzon
6500K Wit/Neutraal. Standaard waarde voor televisie of monitor.
7000 – 10000K Zware bewolking of schaduw aan de noordzijde. Zonder direct zonlicht.



Lichtsterkte en andere wetenswaardigheden over licht.

• Lichtsterkte [cd]: de hoeveelheid straling welke een bron uitzendt in een bepaalde richting.
• Candela (cd): Eenheid van lichtsterkte.
• Kelvin (K): Eenheid van temperatuur.
• Kleurtemperatuur [K]: De "kleur" van het licht, uitgedrukt in Kelvin. Zo straalt een gewone gloeilamp op ongeveer 2700K, terwijl wit licht een heel wat hogere temperatuur heeft.
• Kleurweergave index [Ra]: Een procentuele waarde, die toont hoe goed de bron in staat is om kleuren van objecten weer te geven (afhankelijk van het spectrum van de bron).
• Licht: Het voor het menselijke oog zichtbare deel van het spectrum. De golflengte bevindt zich dan tussen 360 en 830 nm.
• Lumen (lm): Lichtstroom. Een lichtbron met een lichtsterkte van 1 candela zendt in een ruimtehoek van 1 steradiaal 1 lumen uit.
• Luminantie [cd/mē]: Oppervlaktehelderheid.
• Verlichtingssterkte [lx]: De hoeveelheid ontvangen licht.
• Lux (lx): Eenheid van verlichtingssterkte. De verlichtingssterkte wordt uitgedrukt in lumen per vierkante meter, de lichtstroom per oppervlakte (1 lux = 1 lm/mē).
• Steradiaal (sr): Eenheid van ruimtehoek. Een bol heeft een oppervlakte van 4xPi sr (ongeveer 12.57 sr).
• Watt (W): Eenheid van vermogen. 


 


• HVT - Horizontale vlak door het toestel: Het denkbeeldig vlak, horizontaal door het toestel.
• Bundel: Ruimtelijk model van de lichtstroom die het toestel verlaat.
• Hoofdbundel: Bundelgedeelte waar de lichtsterkte voor het bereiken van het beoogde luminantieniveau gerealiseerd wordt, meestal door combinatie van rechtstreekse straling met reflectie/refractie.
• Nevenbundel: Bundelgedeelte waar de lichtsterkte te laag is voor het bereiken van het beoogde luminantieniveau, meestal het buitenste bundeldeel waar enkel nog rechtstreekse straling van de brander of reflectie werkzaam is.
• Doelgebied: Oppervlak waar de verlichtingsfunctie vereist is.
Doorgaan

Winkelwagen

 
 
 
 
 
Uw winkelwagen is leeg

Nieuwsbrief

 
 
 
 
 
Schrijf je nu in en ontvang onze nieuwsbrief
E-mailadres:

Promotie

 
 
 
 
 
LED-straalregelaarLED-straalregelaar